Schaapskooi
Overdag trok hij met zijn schapen het veld op. Zo noemden de Twentenaren de uitgestrekte gemeenschappelijke heidevelden. Rond 1800 bestond een groot deel van Twente uit heide en andere woeste gronden. De schapen hielden met hun gegraas de heide open en voorkwamen dat struiken en bomen overal de overhand kregen.
Zo'n scheper bracht heel wat uren door op de stille heide. En wie zoveel tijd alleen doorbrengt, heeft alle gelegenheid om na te denken. Of om verhalen te verzinnen. Want de heide was vroeger niet alleen het domein van de schapen. Er zouden ook heel andere wezens rondwaren. Grieze veulens, spookhazen, de hellehond... en natuurlijk de witte wieven.
Die witte wieven waren niet altijd de griezelige verschijningen die we tegenwoordig uit de volksverhalen kennen. Het woord wief betekende vroeger gewoon vrouw. En wit werd ook wel in verband gebracht met wijsheid en kennis. Volgens een oude uitleg waren witte wieven dus wijze vrouwen, die veel wisten van geneeskrachtige kruiden en hielpen bij geboorten. Werd er een koe ziek, dan wist zo'n vrouw misschien nog raad.
Maar in de loop der eeuwen veranderde hun reputatie. De wijze vrouw werd een geheimzinnig wezen. En uiteindelijk zelfs een gevaarlijke verschijning die je maar beter niet kon tegenkomen.
Volgens de verhalen woonden de witte wieven onder de grond, in oude grafheuvels. Daar hielden ze grote drinkgelagen en lokten ze nietsvermoedende jongemannen naar binnen. En wie eenmaal binnen was, kwam er misschien nooit meer uit.
Soms verlieten ze 's nachts hun schuilplaats om bij de boeren op bezoek te gaan. Zelfs de beschermende tekens op de gevel hielden hen niet altijd tegen. En waarvoor kwamen ze? Om het bier te stelen! Alsof de boeren zelf nog niet genoeg moeite hadden om hun voorraad op peil te houden.
Of die verhalen allemaal waar zijn? Ach, de scheper zal er vast het zijne van hebben gedacht. Maar als je vroeger in de schemering over de heide liep en er plotseling een witte nevel boven de grond verscheen, dan wist je het maar nooit.
Dus mocht je hier ooit een wit wief tegenkomen, wees dan voorzichtig. En vooral: ga niet zomaar mee als ze je uitnodigt voor een drankje.
Luister en lees
Witte wieven
Stel je voor. Het is een donkere nacht. De maan schijnt over de heide en tussen de grafheuvels trekken witte nevelslierten over de grond. Maar kijk eens goed. Zijn dat wel nevels? Of bewegen daar vrouwen in lange, witte gewaden?Volgens oude Twentse volksverhalen waren dit de witte wieven. Geheimzinnige vrouwen die zich schuilhielden in grafheuvels en 's nachts over de heide zwierven. Soms verschenen ze als witte mist, soms als prachtige vrouwen met lange haren. Maar pas op, want hun schoonheid kon bedrieglijk zijn.
Er werd verteld dat de witte wieven onder de grond woonden, waar ze grote feesten hielden. Vooral jonge mannen moesten oppassen. Wie zich door zo'n wit wief liet verleiden om mee te gaan, liep het risico nooit meer terug te keren. En dat terwijl hij misschien alleen maar een gezellig avondje uit had verwacht.
Ook de boeren waren niet altijd veilig. Soms kwamen de witte wieven 's nachts naar de boerderij om bier te stelen. Daarom werden op de gevels beschermende tekens aangebracht, die het kwaad buiten moesten houden. Maar of die altijd hielpen?
Misschien waren de witte wieven oorspronkelijk wel heel andere vrouwen. Er bestaat een oude uitleg dat het wijze vrouwen waren, die veel wisten van kruiden, genezing en geboorten. Vrouwen die door hun kennis werden gerespecteerd, maar later ook werden gevreesd.
En die witte nevels boven de heide? Die kunnen natuurlijk heel goed ontstaan wanneer de vochtige lucht 's nachts afkoelt.
Maar mocht je ooit bij volle maan een mooie vrouw in een wit gewaad tegenkomen, ergens tussen de grafheuvels... dan zou ik toch maar vriendelijk groeten en stevig doorlopen. En vooral niet meegaan als ze je een biertje aanbiedt.
Luister en lees
Schaapskooi – Vlas

Luister en lees

