Tuffelkelder
Rond het midden van de achttiende eeuw begon de aardappel ook in Twente aan zijn opmars. Maar de boeren stonden er aanvankelijk nogal wantrouwig tegenover. De plant had giftige bessen en ook de groene delen waren niet eetbaar. En als de plant giftig was, waarom zou je dan de knollen onder de grond wel kunnen eten? Daar moest je toch eerst eens goed over nadenken.
Maar langzaam ontdekte men dat die knollen juist heel voedzaam waren. Bovendien kon de aardappel ook groeien op grond die voor andere gewassen minder geschikt was. En van een stuk land met aardappelen konden veel meer mensen eten dan van eenzelfde stuk land met graan. Dat kwam goed uit, want de bevolking groeide en voedsel was lang niet altijd vanzelfsprekend.
Al gauw werd de tuffel een onmisbaar onderdeel van het dagelijkse eten. Gekookt, gestampt of gebakken. En als er weinig anders op tafel kwam, dan maar weer aardappelen. Je kon er in ieder geval de buik mee vullen.
Maar hoe bewaarde je zo'n grote voorraad zonder dat de aardappelen bevroren of begonnen te rotten? Daar hadden de boeren iets slims op bedacht: de tuffelkelder, ook wel tuffelhel genoemd.
Kijk maar eens naar dit gebouwtje. De kelder ligt grotendeels onder de grond, met dikke aarden wallen aan weerszijden. De aarde zorgt ervoor dat de temperatuur binnen veel gelijkmatiger blijft. In de winter beschermt dat tegen de vorst en in de zomer blijft het er lekker koel. Stro en rieten matten zorgden voor extra isolatie.
Niet alleen aardappelen werden hier opgeslagen. Ook andere groenten en soms fruit konden er een plekje krijgen. Een soort natuurlijke koelkast dus, zonder stekker en zonder elektriciteitsrekening.
En zo werd dit eenvoudige keldertje een belangrijk onderdeel van de boerderij. Want wie in de herfst zijn tuffels goed had opgeborgen, kon er de hele winter van eten.
Eigenlijk is er in al die jaren niet zoveel veranderd. Ook tegenwoordig willen we onze aardappelen het liefst koel en donker bewaren. Alleen hoeven we daarvoor niet meer met een mandje een donkere kelder in.
En zeg nou zelf: wat zou Twente zijn zonder tuffels? Dan werd het toch wel een heel karig stamppotje.

