Los Hoes
Welkom in het Los Hoes.
In het Twents betekent hoes huis en los betekent onder andere open. Een Los Hoes is dus een open huis, waarin mensen en dieren samen onder één dak leefden. En dat was eeuwenlang heel gewoon in Twente.
Dit Los Hoes dateert uit 1664. Dat weten we heel precies dankzij een opschrift boven de grote toegangsdeuren, de niendeur.
Op 6 april van dat jaar gaven Lambert te Gronvelt en zijn vrouw Tryne een richtersmoal. Een feestelijke maaltijd voor alle noabers, de buren die hadden geholpen bij het oprichten van de zware houten gebinten. Want zo'n boerderij bouwen, dat deed je niet alleen. Daar had je de hele buurt voor nodig.
En die hulp werd niet met geld betaald, maar met wederdiensten, eten en drinken. Dat was noaberschap. Je hielp elkaar wanneer dat nodig was. En de volgende keer stond jij bij de buurman op het erf.
Kijk binnen maar eens goed rond. Als je met je rug naar de grote niendeur staat, zie je links de koeienstal. Rechts stond het varken. Daarnaast bevond zich de weefkamer, met daarachter de melkkamer. En aan de linkerkant waren de bedsteden waarin het gezin sliep.
Dat slapen ging trouwens anders dan tegenwoordig. De bedsteden waren kort en men sliep vaak half rechtop. Volgens een oude opvatting was plat op de rug slapen gevaarlijk. Men dacht dat het bloed dan naar het hoofd zou stromen, met alle gevolgen van dien. Bovendien kon een wat rechtere houding het ademhalen vergemakkelijken.
Midden in de boerderij brandde het losse vuur. Een open vuur zonder schoorsteen. De rook steeg op en trok langzaam door het dak naar buiten. Dat klinkt misschien ongezond, en dat was het natuurlijk ook. Maar die rook had een onverwacht voordeel.
Boven de woonruimte lag de oogst opgeslagen. De zolder bestond uit sleeten, lange, dunne boomstammetjes die naast elkaar lagen. De rook trok tussen die stammetjes door en hielp insecten in het opgeslagen graan te bestrijden.
Zo had zelfs die rook nog een nuttige functie. Al zullen de bewoners daar met tranende ogen niet altijd even gelukkig mee zijn geweest.
En dan was er nog de kat.
Die was onmisbaar om muizen en ratten uit de graanvoorraad te houden. Maar een kat kon ook overal komen, zelfs boven op de balken. Vandaar de Twentse bijnaam balknhaas.
Voor het slapengaan werd daarom een vuurkorf over het nog smeulende vuur geplaatst. Want stel je voor dat de kat door het vuur liep, zijn vacht vlam vatte en hij in paniek naar de hooizolder vluchtte. Dan kon de hele boerderij in vlammen opgaan.
Overigens bestaat er nog een merkwaardig verhaal over de naam Los Hoes. Volgens sommigen zou los betekenen dat de boerderij niet vast op de grond stond. De houten gebinten rustten immers op grote veldkeien en konden worden gedemonteerd. De boerderij zou daardoor verplaatsbaar zijn geweest en zelfs als roerend goed zijn beschouwd, zodat men minder belasting hoefde te betalen.
Een mooi verhaal. Maar het klopt niet.
Archeologisch onderzoek laat zien dat de Twentse boerenerven al sinds het midden van de dertiende eeuw grotendeels op dezelfde plaatsen liggen. De boerderijen werden wel verbouwd of opnieuw opgebouwd, maar niet voortdurend verplaatst om de belasting te ontlopen.
Kijk nog eens naar die grote houten gebinten. Ze dragen al eeuwenlang het dak en vertellen het verhaal van een tijd waarin wonen, werken, slapen en het verzorgen van dieren allemaal in dezelfde ruimte plaatsvonden.
En wanneer je straks weer buiten staat, bedenk dan eens hoe het hier op een koude winteravond moet zijn geweest. Het vuur knetterde, de koeien herkauwden hun voer, ergens knorde een varken en boven je hoofd scharrelde misschien een kat over de balken.
Gezellig? Misschien wel.
Maar een beetje privacy was er niet bij.

Luister en lees
Los Hoes- Interieur
Luister en lees

