Klopkeshuis
Klöpkes, ook wel kloppen genoemd, waren katholieke vrouwen die hun leven aan het geloof wijdden. Ze leefden als een soort nonnen, maar zonder klooster. Ze bleven ongehuwd, leefden kuis en droegen vaak herkenbare, eenvoudige kleding. Maar anders dan kloosterzusters woonden ze gewoon tussen de mensen.
Hun geschiedenis gaat terug tot de tijd waarin de katholieke godsdienst in de Republiek niet meer openlijk mocht worden uitgeoefend. Kerken kwamen in protestantse handen en katholieken moesten hun missen op verborgen plaatsen houden. En daar kwamen de klöpkes in beeld.
Volgens de overlevering trokken ze langs de huizen van katholieke gezinnen. Ze klopten op ramen en deuren om te vertellen waar en wanneer er weer een mis zou worden opgedragen. Of hun naam werkelijk van dat kloppen afkomstig is, weten we niet zeker. Maar het is wel een mooi verhaal.
De klöpkes waren veel meer dan boodschappers. Ze hielpen bij de geloofsopvoeding van kinderen, verzorgden zieken en ondersteunden gezinnen die het moeilijk hadden. Ze vormden een belangrijke verbinding tussen de pastoor en de katholieke gemeenschap. En omdat ze overal kwamen, wisten ze vaak precies wat er in het dorp speelde.
Dit Klöpkeshoes is een reconstructie naar het voorbeeld van de Mariakloese uit Noord-Deurningen. De gevelsteen met de woorden Soli Deo Gloria, alleen aan God de eer, en het jaartal 1684, was oorspronkelijk afkomstig van een klöpkeshoes op het erf Jonkman in Deurningen.
Een klöpke had weliswaar aanzien, maar leefde meestal heel eenvoudig. Soms had ze niet meer dan een kamertje met een bedstede bij familie in huis. Soms woonde ze in een klein huisje, zoals dit, dat tegen een boerderij of stal kon zijn aangebouwd. Voor een boer was het een eer om een klöpke onderdak te bieden. En wie weet leverde het ook nog een goed woordje op bij de hemelpoort.
Ook toen katholieken hun geloof weer vrijer konden uitoefenen, bleven de klöpkes nog lange tijd een vertrouwd verschijnsel in Twente. Ze hielpen de pastoor, hielden zich bezig met de opvoeding en bemoeiden zich met het wel en wee van de dorpsbewoners.
Maar niet iedereen was daar even blij mee. Want wie overal komt, hoort ook overal wat. En wie alles hoort, kan soms moeilijk zijn mond houden.
Daar hadden de Twentenaren een prachtig gezegde voor:
Ne klop is nen heilige in de keark, ne klappei op de stroat, en nen duuvel in hoes.
Oftewel: een heilige in de kerk, een roddeltante op straat en een duivel in huis.
En er was nog zo'n uitspraak:
Woar ne klop in hoes is, zit den duuvel op 'n schosteen.
Waar een klöpke in huis is, zit de duivel op de schoorsteen.
Dat klinkt niet bepaald als een compliment. Maar het laat wel zien hoeveel invloed deze vrouwen hadden. Ze waren een steun voor velen, maar konden ook behoorlijk streng zijn. En ze hielden niet alleen de kinderen in de gaten. Ook de volwassenen moesten soms oppassen.
Zo vertelt dit kleine huisje het verhaal van vrouwen die zonder officiële kerkelijke functie toch een grote rol speelden in het dagelijks leven. Vrouwen met overtuiging, zelfstandigheid en soms een behoorlijk scherpe tong.
En mocht je denken dat er vroeger in Twente weinig geroddeld werd... dan heb je blijkbaar nog nooit van de klöpkes gehoord.

