Wagenschuur
Kijk maar eens naar de werktuigen en wagens die hier staan. De meeste hebben grote houten wielen, vaak met een ijzeren band eromheen. Sommige hebben twee wielen, andere vier. En bij veel wagens kon het voorste onderstel draaien, zodat de wagen ook een bocht kon maken. Wel zo handig, want een paard kun je moeilijk vragen om alleen maar rechtdoor te lopen.
De lange balken waarmee de paarden voor de wagen werden gespannen, noemen we de dissel of boom. En voor ieder karwei was er wel een andere wagen. Een mestkar voor de mest, een oogstwagen voor aardappelen en bieten, en een hooiwagen met hoge steunstokken om zoveel mogelijk hooi mee te nemen.
Maar je moest het natuurlijk niet overdrijven. Want wie zijn hooiwagen te hoog opstapelde, liep het risico onderweg de halve lading te verliezen. Vandaar die bekende uitdrukking: Je moet niet te veel hooi op je vork nemen. Een wijze les, die ook buiten de boerderij nog altijd van pas komt.
Het binnenhalen van de oogst was vroeger een hele gebeurtenis. Vaak hielp het hele gezin mee, van jong tot oud. De volle hooiwagens, de paarden en de mensen die op het land werkten, vormden een schilderachtig tafereel. Niet voor niets zijn ze op talloze oude schilderijen terug te vinden.
Maar in deze wagenschuur staan ook drie heel bijzondere wagens. Die worden maar één keer per jaar gebruikt. Met Pasen!
Dan komen de Poaskeerls in actie. Deze jonge mannen houden een eeuwenoude Ootmarsumse paastraditie in ere. Op paaszaterdag trekken drie grote, zware wagens, ieder voortgetrokken door twee sterke Belgische trekpaarden, de omgeving in om het hout voor het paasvuur op te halen.
En dat gebeurt niet bepaald onopvallend. De wagens worden zo hoog en breed met takken en hout beladen dat ze bij de terugtocht door het centrum van Ootmarsum soms bijna de huizen aan weerszijden van de straat raken. Een indrukwekkend gezicht, waar ieder jaar veel mensen op afkomen.
Onder het zingen van traditionele paasliederen wordt het hout naar de paasweide gebracht. Daar wordt het opgestapeld tot een grote brandstapel. En op eerste paasdag, 's avonds om acht uur, wordt het paasvuur ontstoken. Een eeuwenoude traditie die symbool staat voor het licht, de lente en het nieuwe leven.
En zo hebben deze oude boerenwagens een bijzonder tweede leven gekregen. Vroeger brachten ze de oogst van het land. Tegenwoordig helpen ze een van de mooiste tradities van Ootmarsum in stand te houden.
De rest van het jaar staan ze hier rustig te wachten. Maar zodra het Pasen wordt, mogen ze weer aan het werk. En dan wordt er bepaald niet te weinig hooi op de vork genomen. Al is het deze keer geen hooi, maar paashout.

