Kapberg
Zo'n kapberg is eigenlijk een heel slim bouwwerk. Kijk maar eens naar de vier stevige houten palen. Die noemen we roeden. Daartussen hangt een groot dak, gedekt met riet. En het bijzondere is: dat dak kan omhoog en omlaag!
Was de hooiberg goed gevuld, dan ging het dak omhoog. Werd er in de winter steeds meer hooi weggehaald, dan liet de boer het dak langzaam zakken. Zo bleef het hooi beschermd tegen regen en sneeuw. Een verstelbaar dak dus. Zonder afstandsbediening, dat wel.
Bij deze kapberg zit aan iedere roede een zwengel met een staalkabel. Daarmee kan het zware dak worden versteld. Dat was vroeger een heel karwei, want het dak moest natuurlijk wel netjes recht blijven hangen.
Een volle hooiberg kon behoorlijk groot zijn. En als je daar iets in kwijtraakte, had je een probleem. Probeer maar eens een speld in een hooiberg te vinden. Die uitdrukking komt niet helemaal uit de lucht vallen.
Toen boeren later machines gingen gebruiken om hooi en stro in stevige, rechthoekige balen te persen, werden de traditionele hooibergen steeds minder nodig. Die balen kon je immers veel gemakkelijker in een schuur opstapelen.
Maar kijk nog eens naar dat dak. Eigenlijk is het een prachtig stukje boerenvernuft. Geen ingewikkelde techniek, maar een oplossing die eeuwenlang uitstekend heeft gewerkt. En dat allemaal om ervoor te zorgen dat de koeien 's winters wat te eten hadden.

