Bakspieker
Vanaf 1598 werd er belasting geheven op vuurplaatsen. Hoe meer vuurplaatsen je had, hoe meer je moest betalen. En dus was het handig om er zo weinig mogelijk te hebben. Een boer kon vaak prima toe met één vuurplaats in huis, zolang er maar ergens in de buurt een bakhuisje stond. Zo'n bakspieker werd dikwijls door meerdere boerenfamilies samen gebruikt.
Brood bakken was dan ook geen dagelijks karweitje. Als de oven eenmaal warm was, werd er meteen een flinke hoeveelheid roggebrood gebakken. Genoeg om weken vooruit te kunnen. De broden werden bewaard in de spinde, de voorraadkast, of op een broodplank.
En wie voldoende brood op de plank had, hoefde zich voorlopig geen zorgen te maken. Daar komt volgens de overlevering de uitdrukking brood op de plank hebben vandaan.
Maar voordat het brood de oven in kon, moest er eerst flink gestookt worden. Met takkenbossen werd de stenen oven langzaam op temperatuur gebracht. Dat kostte behoorlijk wat tijd en brandhout. Daarna werden het vuur en de as verwijderd. Pas dan konden de broden op de hete ovenvloer worden gelegd.
Voor één enkel brood was al dat werk natuurlijk veel te veel moeite. Vandaar het Twentse gezegde: Voor één brood kun je geen bakoven bouwen. Oftewel: sommige dingen kosten meer dan ze opleveren.
En het bakken ging ook niet altijd goed. Wie zijn brood te vroeg uit de oven haalde, hield een halfgaar baksel over. En als iemand tegenwoordig een halve gare wordt genoemd, is dat bepaald geen compliment.
Maar in de bakspieker werd niet alleen brood gebakken. Ook speculaas speelde een bijzondere rol. Vooral wanneer de liefde in het spel was.
Vroeger werd speculaas vaak gebakken in de vorm van een pop. Zo'n speculaaspop kon meer vertellen dan een hele brief. Want bij de vrijerij waren er allerlei ongeschreven regels.
Had een jongeman al een tijdje verkering met een meisje, dan werd hij op een gegeven moment bij haar ouders op de koffie gevraagd. Dat was geen gewone visite. Vader en moeder wilden weleens weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. Was die vrijer eigenlijk wel uit het goede hout gesneden?
En de koffie vertelde soms meer dan de gesprekken aan tafel.
Kreeg de jongeman alleen koffie, zonder iets erbij, dan zag het er niet best voor hem uit. Maar werd die koffie ook nog eens geschonken in een afwijkend kopje, een zogenaamd blauwtje, dan was de boodschap helemaal duidelijk. Hij hoefde niet meer terug te komen.
Hij had, letterlijk volgens dit oude gebruik, een blauwtje gelopen.
Maar het kon ook anders. Was de familie tevreden over de vrijer, dan kreeg hij bij de koffie een stuk speculaas aangeboden. Een goed teken, zou je denken.
Alleen had de jongeman zelf natuurlijk ook nog iets te kiezen.
Zag hij zijn toekomstige schoonfamilie niet zitten, dan brak hij de benen van de speculaaspop af en at die op. Hij had, zoals men zei, de benen genomen.
En daarmee wist het meisje genoeg. Van een huwelijk zou het waarschijnlijk niet komen.
Geen lange gesprekken, geen ingewikkelde verklaringen. Een kopje koffie en een stuk speculaas waren soms voldoende om iemands toekomst te bepalen.
En dat allemaal in een tijd waarin je voor een goed brood nog uren moest stoken.

Bekijk de de film

