Veeschuur
Die dieren waren er niet alleen voor de gezelligheid. Ze leverden een belangrijke bijdrage aan het huishouden. De kippen zorgden voor verse eieren en af en toe voor een pannetje soep. Konijnen werden gehouden voor hun vlees en soms voor hun vacht. En een geit leverde melk, waarvan ook kaas gemaakt kon worden.
Vooral voor kleine boeren en gezinnen met weinig geld waren zulke dieren waardevol. Een koe was duur in aanschaf en onderhoud, maar een geit was veel gemakkelijker te houden. Niet voor niets werd de geit wel de koe van de arme man genoemd. Al zal de geit daar zelf anders over hebben gedacht.
Het verzorgen van de dieren was vaak een taak voor het hele gezin. De kinderen verzamelden de eieren, brachten voer en zorgden voor vers water. En wie dacht dat kippen gemakkelijk te houden waren, had waarschijnlijk nog nooit geprobeerd er eentje te vangen die daar geen zin in had.
Ook het mesten en schoonmaken van de hokken hoorde erbij. Want een veeschuur moest niet alleen beschutting bieden tegen regen, wind en kou, maar ook een gezonde plek zijn voor de dieren. En dat betekende regelmatig uitmesten. Een klusje waar de kinderen vermoedelijk wat minder enthousiast over waren.
Kijk eens naar deze kleine schuur, met zijn houten gevel en bakstenen muren. Het is een eenvoudig gebouw, maar het herinnert ons aan een tijd waarin bijna alles op de boerderij een functie had. Zelfs het kleinste dier droeg bij aan het dagelijks bestaan.
En de dieren zijn hier nog altijd te vinden. De geiten en konijnen hebben hun eigen onderkomen, maar de kippen nemen het met de grenzen van het museum niet zo nauw. Die scharrelen vrolijk over het hele terrein en wagen zich soms zelfs in de straten van Ootmarsum.
Een toegangsbewijs hebben ze niet nodig. En van sluitingstijden hebben ze blijkbaar ook nog nooit gehoord.

