Weemhof
Vroeger gooide men goede bouwmaterialen niet zomaar weg. Een stevig gebint kon gemakkelijk worden afgebroken en ergens anders weer worden opgebouwd. Zo hebben deze oude balken van 1969 tot 1997 deel uitgemaakt van het exclusieve restaurant De Wanne. En tegenwoordig dragen ze de Weemhof. Van restaurant naar museum. De balken zullen er niet wakker van liggen.
De naam Weemhof heeft trouwens een bijzondere oorsprong. Een weem of wheme was vroeger een pastorie, het huis van de geestelijke. Het woord gaat terug op een oude benaming voor kerkelijk bezit. Je komt het nog tegen in straatnamen en familienamen, zoals Oude Weme en Nieuwe Weme.
Binnen vind je wisselende tentoonstellingen en kun je een korte film bekijken die je kennis laat maken met het museum. Maar je ontdekt hier ook hoe een van de belangrijkste industrieën van Twente ooit begon: de textielindustrie.
Want voordat er grote textielfabrieken waren, werd er al volop gesponnen en geweven op de boerderijen. Vooral in de winter, wanneer er op het land minder werk was. Van vlas, dat de boeren vaak zelf verbouwden, werd garen gesponnen. En van dat garen werd op een weefgetouw linnen gemaakt. Een tijdrovend werkje, waar het hele gezin bij betrokken kon zijn.
Kijk maar eens naar het oude weefgetouw. Daarop werden honderden, soms duizenden draden naast elkaar gespannen. Dat waren de scheringdraden. Door daar steeds een draad dwars doorheen te voeren, de inslag, ontstond langzaam een stuk stof. Draadje voor draadje. En dat ging bepaald niet snel.
Ken je de uitdrukking op z'n elfendertigst? Daar bestaat een oude verklaring voor die met het weven te maken heeft. Bij een bepaalde manier van weven werden extra groepen draden gebruikt om een bijzonder fijne stof te maken. Dat kostte veel tijd. En zo zou de uitdrukking zijn ontstaan voor iemand die alles op zijn dooie gemak doet. Of die verklaring helemaal klopt, daarover zijn de taalgeleerden het niet eens. Maar bij zo'n weefgetouw kun je je er wel iets bij voorstellen.
In de Weemhof hangt ook een groot mozaïek van kunstenares Nel Klaassen. Het werd in 1952 aangebracht in de Twentse Textielschool in Enschede en kreeg in 2017 hier een nieuwe plek. Een herinnering aan de tijd waarin de textielindustrie aan duizenden Twentenaren werk bood.
En dan nog iets heel anders. Vroeger, als een boer iets te vieren had, bijvoorbeeld de geboorte van een kalf of veulen, kwam er nogal eens een borrel op tafel. Met rozijnen op brandewijn: boerenjongens. Een stevige traktatie, waar je het warm van kreeg. En daar hoefde de kachel niet eens voor aan.
Kon je de borrel niet meteen betalen, dan wilde de kastelein soms wel krediet geven. Hij kerfde met een mes een streepje in een houten stok om de schuld bij te houden. Dat was de kerfstok. En wie veel schulden had, had dus heel wat op zijn kerfstok. Een uitdrukking die we nog altijd gebruiken, al gaat het tegenwoordig meestal niet meer over onbetaalde borrels.
Zo vind je in de Weemhof een verzameling verhalen uit het Twentse verleden. Van eeuwenoude balken tot weefgetouwen en van de textielindustrie tot de borrel van de boer. En wie weet ontdek je tijdens je bezoek nog wel iets wat je helemaal niet verwacht had.

