Papiermolen
Het gebouwtje dat u hier ziet, is een verkleinde uitvoering van de watermolen die vroeger naast het Molenhuisje stond. Alleen werd daar graan gemalen. Hier laten we zien hoe vroeger papier werd gemaakt.
Dat gebeurde niet met hout, zoals tegenwoordig meestal het geval is, maar met oude lompen. Versleten kleding en ander textiel kregen zo een tweede leven. Al zal niemand het toen recycling hebben genoemd.
De lompen werden in kleine stukken verwerkt en vervolgens met zware houten hamers tot een brij geslagen. Die hamers hoefde de papiermaker gelukkig niet zelf te bedienen. Dat deed de watermolen voor hem.
Het stromende water zette het waterrad in beweging. Via een vernuftig mechaniek werden daarmee de zware hamers aangedreven, die de lompen tot papierpulp sloegen.
Uit een bak met die pulp schepte de papiermaker met een speciaal raam een dun laagje vezels. Dat natte vel werd op vilt gelegd, geperst en daarna gedroogd. En zo ontstond, vel voor vel, papier.
Ook in deze omgeving was papier maken ooit een belangrijk ambacht. In het Springendal bezat drost Van Heiden-Hompesch, die op de Commanderie in Ootmarsum woonde, maar liefst vijf papiermolens.
Water was toen niet alleen iets om te drinken of om het land mee te bevloeien. Het leverde ook de kracht om machines aan te drijven. Zonder elektriciteit, zonder motoren. Alleen stromend water en een slim bedacht mechaniek.
En als u bedenkt hoeveel papier er sindsdien door onze handen is gegaan, dan is het eigenlijk bijzonder dat het ooit allemaal zo begon: met oude lompen, water en een flinke hoeveelheid geduld.

